• Fred Habold, Sportvrijwilliger van het Jaar in Hilversum

  • Fred Habold vindt eigenlijk alles wat hij tot nu heeft gedaan heel leuk. Hij verdiende zijn sporen in de voetballerij, het onderwijs en kort in de politiek. Onlangs mocht de 86-jarige zijn lijst van bijzondere prestaties uitbreiden met de prijs van Sportvrijwilliger van het jaar 2023. Als niet-Hilversummer ook een unieke stunt.
    Hij is niet iemand die zichzelf graag ophemelt of die in het middelpunt van de belangstelling wil staan. Zijn bescheidenheid siert hem want hij heeft ontzettend veel gedaan. Te veel om allemaal op te noemen. Om er toch een paar te melden: hij was bondsbestuurder en vice-voorzitter van het amateurvoetbal bij de KNVB. Ook was hij directeur van een school in Amsterdam en voorzitter van de raad van bestuur van een Amsterdamse scholengroep. Bij HC en FC Victoria schopte hij het tot voorzitter van de club en na zijn pensioen was hij een tijd wethouder in de gemeente waar hij woont.
    In het in oktober vorig jaar geopende paviljoen van Victoria, vertelt Habold over zijn tijd bij de voetbalclub. Hij is 13 jaar als hij lid wordt van Victoria en sindsdien is hij altijd lid gebleven. Dat is inmiddels 73 jaar. De jonge Habold woont dan in Bussum en fietst regelmatig naar de sportvelden van de voetbalclub, die toentertijd nog gevestigd was op de plek waar nu de wijk Kerkelanden is.
    Hij was, zoals Habold het zelf zegt, geen briljante voetballer. “Ik heb het wel even gedaan en met vreselijk veel plezier overigens. Maar ik kon het gewoon niet zo goed. De club was toen nog niet zo groot; nu telt Victoria 1800 leden. Na het voetballen ben ik hier scheidsrechter geworden. Dat propageer ik ook wel. Als je niet zo goed kan voetballen en je vindt het wel leuk om iets in het voetbal te doen, dan kun je heel goed scheidsrechter worden. Dat is heel leuk en dat heb ik ook wel redelijk gedaan”, vertelt Habold. Redelijk? Jarenlang floot Habold in de top van het Nederlandse amateurvoetbal en de betaalde jeugdelftallen. De eredivisie haalde hij net niet. “Ik liep niet hard genoeg. De conditietest haalde ik met moeite En ik vond het lopen eigenlijk ook vreselijk. Ik heb nog wel gevlagd in de eredivisie, dat vond ik ook heel leuk.”
    De gezonde Habold woont samen met zijn vrouw in Kwadijk. Kinderen hebben ze niet maar Habold heeft zich wel altijd tussen de kinderen bewogen. Zowel op de scholen waar hij lesgaf als op de voetbalvelden. “Op de scholen bevond ik me tussen de jongeren, die je natuurlijk ook bij Victoria ziet. Maar ik vind kleintjes het allerleukste, zij hebben zo’n plezier in het voetballen.”
    Voor zijn studie vertrekt Habold naar Amsterdam, waar hij later ook gaat werken. “Toen wilde ik wel weer naar ‘t Gooi verhuizen, maar dat was toen al godvergeten duur en ben ik in Kwadijk terecht gekomen. Daar woon ik nu nog steeds.” In zijn jonge twintiger jaren kwam Habold in het bestuur van Victoria, als een van de jongste bestuursleden. Toen hij les ging geven in Amsterdam, stapte Habold uit het bestuur bij Victoria. Wel bleef hij lid en deed hij zo af en toe wat voor de club.

    Wedstrijdsecretariaat
    Toen hij er met zeventig jaar uit moest bij het KNVB-bestuur en ook zijn tijd als wethouder erop zat, wilde hij weer eens bij Victoria gaan kijken. Van Kwadijk naar Hilversum is een slordige zestig kilometer. Die afstand legt Habold alweer heel wat jaren elke zaterdag heen en terug af als hij naar het Jagerspaadje rijdt in zijn pittige zwarte Porsche. Hij is daar op zaterdag verantwoordelijk voor het wedstrijdsecretariaat. Dat houdt in dat hij er onder andere voor zorgt dat er mensen zijn om de bezoekende en thuisspelende teams te ontvangen, de weg te wijzen, kleedkamers en velden te verdelen en de standen door te geven. Kortom: hij zorgt ervoor dat alles op de drukke zaterdagen geregeld wordt.
    De wedstrijden starten elke zaterdag met de kleinsten om half negen. “Sommigen komen van ver en staan soms al om kwart voor acht te trappelen voor de deur. Dan moet je er wel voor zorgen dat er iemand is om ze binnen te laten. Anders sta je toch voor paal. Soms deed ik dat zelf en moest ik vroeg op om er op tijd te zijn. Nu starten twee jeugdleden het wedstrijdsecretariaat op. Ik sta dan om zeven uur op en ben ik er rond kwart voor negen.”
    Ook doordeweeks is hij soms op de voetbalclub te vinden. “Ik houd me dan bezig met het onderhoud van de velden. We hebben drie kunstgrasvelden, twee gewone grasvelden en nog een klein grasveldje voor de kleintjes. Nou heeft kunstgras op zich minder onderhoud nodig, maar de velden worden natuurlijk vrij intensief gebruikt en zijn aan slijtage onderhevig. Met name het hoofdveld heeft veel te lijden en heeft wel een grondige opknapbeurt nodig.”
    Inderdaad zijn op het veld dat vanuit het paviljoen zichtbaar is, diverse kale plekken te zien. Voor een van de goals ligt een heel stuk nieuw kunstgras als een rechthoekige mat in het oude kunstgras. “Daarover ben ik al een tijdje met de gemeente in gesprek. Voor elke zaterdag wordt het veld weer zo goed mogelijk opgelapt.”
    ‘Als ik er dan iets van zeg tegen die ouders of teamleiders, krijg ik vaak ook nog een grote bek’
    Het fluiten tijdens de wedstrijden gebeurt bij Victoria tot en met de halve velden door de ouders. “Dat zijn de kinderen onder twaalf jaar. De fluiters heten bij deze wedstrijden geen scheidsrechters maar sportbegeleiders. De jongeren onder 13 tot onder 16 spelen op heel veld en daar fluiten 18- en 19-jarigen. Dat gaat heel aardig, maar ik kan me wel ergeren aan de mensen aan de zijlijn, als ik ga kijken bij een wedstrijd. Soms krijgen die jongeren de volle laag van het publiek. Als ik er dan iets van zeg tegen die ouders of teamleiders, krijg ik vaak ook nog een grote bek. Nu kan ik dat zelf redelijk relativeren, maar voor iemand van achttien jaar is dat best moeilijk.”
    “Het is voor kleine clubs steeds moeilijker om het zelfstandig vol te houden. Dat zie je zowel bij voetbal, als op scholen en in de politiek. Dat is heel interessant. Ik heb het overal gezien, het is eigenlijk steeds hetzelfde patroon dat ontstaat”, valt het Habold op. “Zo hoorde de plaats Kwadijk eerst bij de gemeente Zeevang dat later met de gemeente Edam-Volendam is gefuseerd. Bij elke nieuwe gemeenteraad zie je het. Zijn ze bijvoorbeeld net halverwege met de aanleg van nieuwe sportvelden, komt er weer een andere raad die er een streep doorheen zet. Ik vind dat merkwaardig en ook allemaal wel weer grappig. Het ene bestuur wil vernieuwen, het andere wil juist alles bij het oude laten.”

    Ongelooflijk belangrijk
    Habold gaf les in Nederlands en maatschappijleer in het voortgezet onderwijs. Daar werd hij adjunct-directeur en vervolgens directeur op een technische school, en vervolgens voorzitter van de raad van bestuur van een scholengroep in Amsterdam. “Daar ga ik weer. Ik heb alles altijd leuk gevonden. En dat kan alleen als je goede medewerkers hebt met wie je op een lijn kan zitten. Goede medewerkers zijn ongelooflijk belangrijk. Als je wat ouder wordt, kun je ook mensen aantrekken die echt gespecialiseerd in hun vak zijn, in plaats van mensen die er geen bal van weten. Dat is hier ook hetzelfde. Je wilt toch het liefste vrijwilligers die ook wat kunnen. Nou mogen we hier wat vrijwilligers betreft niet mopperen hoor, met alle vaders en moeders die helpen. Maar het is soms best lastig. Zeker voor de zaken eromheen. Ouders willen best iets doen voor het team waar hun kind in zit, maar vraag ze niet om hier het gras te komen maaien.”
    Hij vervolgt: “Ze willen ook allemaal hoger. Ze willen winnen en ze willen allemaal hun kind naar het atheneum hebben. Dat heb ik ook in het onderwijs gezien. Waarom hebben we een tekort aan handarbeiders en moeten we die in het buitenland halen? Omdat men het hier minderwaardig vindt. Hoe vaak heb ik niet een kind gezien en gedacht: jochie, jij moet lekker naar het mbo. Maar ik heb de indruk dat ouders met de vraag zitten: hoe verkoop ik dat in mijn omgeving? Het is een boeiende maatschappij. Het is voor een kind een ramp om op een voortgezet onderwijs te komen waar hij of zij kan niet meekomen.”
    “Ik heb de tijd nog meegemaakt van de bedrijfsscholen. Dat was ideaal. Bij Stork bijvoorbeeld konden jongeren leren en werken. Ik ben heel erg voor het beroepsonderwijs. Bijvoorbeeld bij de horeca-opleiding, daar heb ik ook in gezeten. Ze wilden allemaal bij de Michelin-sterrenrestaurants werken. Wat een onzin. Er zijn genoeg restaurants en bars waar ze aan de slag kunnen. Dat soort dingen is mij altijd een doorn in het oog geweest.”

    Rinus Schaap
    Het beeld ‘Het schaap met de vijf poten’ reikt de gemeente Hilversum elk jaar uit aan een vrijwilliger die zich voor de sport verdienstelijk heeft gemaakt. De prijs is vernoemd naar de voetballer Rinus Schaap. “Hij heeft ook training gegeven bij Victoria”, vertelt Habold. Eigenlijk reikt de gemeente de Rinus Schaap-prijs uit aan inwoners van Hilversum. Extra bijzonder dus dat Habold de prijs kreeg uitgereikt, gezien het feit dat hij niet in Hilversum woont.

    Bron: https://www.hilversumsnieuws.nl/